Bonneville Salt Flats Races

Autoverhaal van de week

Stel je een enorme witte zoutvlakte voor in Utah. Zo vlak als een biljartlaken. De horizon is een rechte lijn, Er is geen geluid, geen wind, niets.

En dan: een motor die aanslaat. Een auto die begint te rijden en niet stopt.

Al sinds de jaren dertig proberen mensen op de Bonneville Salt Flats maar een ding: zo hard mogelijk rijden. Niet om een race te winnen, niet om als eerste over de finish te komen. Puur om te ontdekken hoe hard een auto eigenlijk kan gaan.

Dat leverde bizarre voertuigen op. Auto’s met straalmotoren, raketaandrijving, Gestroomlijnde sigaarvormige constructies die nauwelijks nog op een auto lijken en mannen en vrouwen die bereid zijn daarin te stappen.

Waarom juist Bonneville?

De Bonneville Salt Flats liggen in het noordwesten van Utah, vlak bij de grens met Nevada. Ze zijn gevormd toen een enorm zoutwatermeer, het Lake Bonneville duizenden jaren geleden opdroogde. Wat overbleef is een zoutvlakte van zo’n 160 vierkante kilometer, zo vlak dat je de kromming van de aarde kunt zien.

In de winter overstroomt het gebied licht, en in de zomer verdampt het water. Wat achterblijft is een verse laag sneeuwwitte zoutkristallen, elk jaar opnieuw. Het oppervlak is keihard. Zo hard dat het officiële programma van de eerste grote race er in 1947 vermeldde: “Het zout is als beton. Bonneville is de beste racebaan ter wereld.”

En het is eindeloos, of bijna. Dat is alles wat je nodig hebt als je zo hard mogelijk wilt rijden: een rechte lijn zonder einde.

Ab Jenkins en de trein

Het verhaal begint met een man genaamd Ab Jenkins.

Jenkins was een inwoner van Salt Lake City. later zelfs burgemeester, die in 1925 een weddenschap aanging tegen een trein van de Union Pacific Railroad. Hij zou de trein over de zoutvlakte verslaan, in een gewone auto en hij won. Met bijna vijf minuten voorsprong.

Daarna was hij verslaafd.

In 1932 haalde Jenkins de spatborden en de voorruit van een Pierce-Arrow V12 roadster, reed ermee op de zoutvlakte en bleef rijden. 24 uur lang. Zonder de auto te verlaten. Hij haalde een gemiddelde snelheid van 112 mijl per uur en scheerde zich tijdens de laatste ronde, op 125 mijl per uur, zonder voorruit.

De kranten wilden het verhaal aanvankelijk niet eens drukken.

Maar Jenkins stuurde zijn filmopnames naar de Britse recordhouder Sir Malcolm Campbell. Die besloot meteen naar Bonneville te komen. In 1935 werd Campbell er de eerste man ter wereld die de grens van 300 mijl per uur doorbrak: 301,1 mph, oftewel ongeveer 485 km/u, op het zout van Utah.

Ineens wist de hele wereld waar Bonneville was.

Twee ritten, want een telt niet

Hier een detail dat veel mensen niet weten: een landsnelheidsrecord is pas geldig als je twee ritten rijdt, een in elke richting, binnen een uur.

De reden is simpel. Wind. Als je met de wind mee rijdt, kun je aanzienlijk sneller zijn dan wanneer je ertegen in rijdt. Alleen het gemiddelde van beide ritten telt als officieel record.

Dat klinkt eenvoudig. Maar op Bonneville betekent het dat je na een rit op meer dan 600 kilometer per uur, waarbij de parachute opengaat, de auto tot stilstand komt, soms kilometers verderop, de auto moet omdraaien, opladen, controleren, en binnen een uur opnieuw starten voor de terugrit.

Dat is de reden waarom zoveel recordpogingen mislukken. Niet omdat de auto niet snel genoeg is maar omdat de tijd om is. 

ford model a

Speed Week: het festival van snelheid

In 1949 organiseerden een groep enthousiastelingen van de Southern California Timing Association de eerste officiële Speed Week op Bonneville. Zestig auto’s kwamen opdagen. Tien nieuwe records werden gevestigd. De Salt Lake Tribune schreef dat “deze jongens het erover eens waren dat er geen plek is zoals deze voor echte snelheid.”

Speed Week bestaat nog altijd, elke augustus. Maar tegenwoordig komen er honderden deelnemers, met roadsters, streamliners, hot rods, motorfietsen, lakesters en voertuigen die nauwelijks een categorie hebben.

Het bijzondere van Speed Week is dat het geen race is. Niemand rijdt tegen elkaar. Iedereen rijdt tegen de klok. Een garage-hobbyist met een zelfgebouwde Flathead Ford rijdt dezelfde vlakte als een professioneel team met een miljoenenauto. Ze rijden in verschillende klassen, maar ze rijden hetzelfde zout.

Dat is Bonneville: democratie van snelheid.

De bizarre auto’s

Hier worden de voertuigen interessant.

Als er geen regels zijn over hoe je er uit moet zien, alleen over hoe snel je gaat, dan worden auto’s iets heel anders dan auto’s.

De Mormon Meteor
Ab Jenkins’ sigaarvormige racer, ontworpen door Augie Duesenberg, aangedreven door een vliegtuigmotor. Jenkins zette er 72 records mee. Sommige stonden bijna 50 jaar.

De Challenger I (1960)
Mickey Thompson werd de eerste Amerikaan die de 400 mph barrière doorbrak, met 406,60 mph. De auto had vier motoren, één per wiel.

De Turbinator II
een gestroomlijnde buis op wielen, aangedreven door een turbine-motor. Haalde 455,107 mph, meer dan 730 kilometer per uur. Op het zout, niet in de lucht.

Craig Breedlove’s Spirit of America
Een driewieler aangedreven door een straalmotorjet van een F-86 Sabre gevechtsvliegtuig. Breedlove reed er in 1963 mee naar het eerste officieel erkende record boven de 400 mph. Toen hij remde brak het remparachute-systeem. De auto vloog door een aantal palen, sprong over een dijk en landde in een meer. Breedlove stapte er ongedeerd uit en zei: “En voor mijn volgende stunt…”

De geluidsbarrière: niet op Bonneville

In de jaren tachtig werd Bonneville te klein. De zoutvlakte was aan het krimpen, door potasmijnbouw die water uit het zout pompte. De rijlengte die ooit 13 mijl was, werd 8 mijl. En voor de allersnelste auto’s is dat niet genoeg.

In 1982 vertrok de Britse recordhouder Richard Noble naar de Black Rock Desert in Nevada, groter, droger, langer. Hij zette er een record van 633 mph neer. Bonneville was niet langer de plek voor de absolute toprecords.

In 1997 keerde Noble terug naar Black Rock, nu met de Thrust SSC, een auto die eruitziet als een omgekeerd gevechtsvliegtuig, aangedreven door twee Rolls-Royce straalmotoren. De bestuurder was Andy Green, een Britse RAF-piloot.

Op 15 oktober 1997,  precies 50 jaar en een dag nadat Chuck Yeager voor het eerst de geluidsbarrière in de lucht doorbrak reed Andy Green 763 mph. Mach 1,02. De geluidsbarrière, op de grond.

Mensen op de vlakte hoorden twee enorme knallen. Green zelf hoorde niets. Hij zat voor de knallen uit.

Dat record staat nog altijd. En er is nog niemand geweest die het heeft durven aanvallen.

Het gevaar van Bonneville Salt Flats Races

Bonneville is niet gevaarlijk op de manier van Spa, geen muren, geen vangrails, geen andere coureurs.

Het gevaar is anders. Als er iets misgaat op snelheden van 400, 500, 600 kilometer per uur, als een band knapt, als een aandrijfas breekt, als een stuurbeweging een fractie te groot is dan is er geen ontkomen aan. De auto rolt. Of vliegt. Of verdwijnt in een wolk van zout en stof.

Er zijn mensen gestorven op Bonneville maar verhoudingsgewijs minder dan je zou verwachten. De openheid, de vlakheid en de zachtheid van het zout, bij een crash absorbeert het zout klappen beter dan asfalt of beton hebben levens gered.

Bonneville vandaag: een race tegen de tijd

Er is een probleem. Bonneville verdwijnt.

Sinds de jaren zestig is de zoutvlakte gekrompen van 96.000 naar zo’n 30.000 acres. Potasmijnbouw pompt brine uit het zout, het zout wordt dunner, het oppervlak wordt zachter en onregelmatiger. In 2014 en 2015 werd Speed Week geannuleerd omdat het zout te dun was om veilig op te rijden.

De organisatie Save the Salt voert al jaren campagne om de mijnbouw aan banden te leggen en het zout te herstellen. Langzaam, voorzichtig, gaat het beter maar Bonneville is niet meer wat het was.

Misschien is dat ook een deel van het verhaal. De snelste plek op aarde verdwijnt langzaam. En de mensen die er elk jaar naartoe trekken met zelfgebouwde auto’s, met gedroomde records, met verhalen over wat er vorig jaar bijna lukte, weten dat elke Speed Week er een kan zijn die telt.

Meer verhalen als dit

Ik ontvang het autoverhaal graag in mijn inbox

Mis geen Autoverhaal van de Week. Iedere week duiken we in een bijzonder verhaal uit de autogeschiedenis. Van vergeten autofabrieken en iconische klassiekers tot bijzondere races, uitvindingen en mensen achter de auto's.

Naam(Vereist)
Privacy(Vereist)

FAQ: Veelgestelde vragen over Bonneville Salt Flat Races

Waar liggen de Bonneville Salt Flats? In het noordwesten van Utah, vlak bij de grens met Nevada, niet ver van het stadje Wendover.

Wanneer begon Speed Week? In 1949, georganiseerd door de Southern California Timing Association. De eerste editie had 60 deelnemers en 10 nieuwe records.

Waarom moet een record in twee richtingen worden gereden? Om windvoordeel uit te sluiten. Alleen het gemiddelde van een rit in beide richtingen, binnen één uur, telt als officieel record.

Wie was de eerste man die 300 mph haalde op Bonneville? Sir Malcolm Campbell, in 1935, met 301,1 mph.

Wat is het snelste voertuig ooit op land? De Thrust SSC, bestuurd door Andy Green, haalde 763 mph (Mach 1,02) in de Black Rock Desert, Nevada, op 15 oktober 1997. Het was de eerste keer dat de geluidsbarrière op de grond werd doorbroken.

Waarom reed de Thrust SSC niet op Bonneville? Bonneville is door krimping van de zoutvlakte te kort geworden voor de allersnelste auto’s. Vanaf 1982 werden de absolute toprecords op de Black Rock Desert in Nevada gevestigd.

Wat is Save the Salt? Een organisatie die campagne voert om de Bonneville Salt Flats te beschermen tegen verdere krimping door mijnbouw, zodat toekomstige generaties er nog records kunnen rijden.

Kan iedereen meedoen aan Speed Week? In principe wel — Speed Week staat open voor zelfgebouwde voertuigen in tal van klassen. Deelnemers variëren van professionele teams tot hobbyisten met een garagebouwsel.