Prins Bernhard en Ferrari: de bijzondere autoliefde van prins Bernhard

Autoverhaal van de week

Tijdens het uitzoeken van verhalen over Spyker en Circuit Zandvoort kwam een naam opvallend vaak voorbij: prins Bernhard.

Niet alleen als prins, maar vooral als autoliefhebber. Hij reed zelf, bezocht races, kende mensen uit de autosport en had een bijzondere voorliefde voor Ferrari.

Zo bijzonder zelfs, dat hij persoonlijk bevriend raakte met Enzo Ferrari en auto’s liet bouwen die afweken van wat andere klanten kregen.

Opvallend genoeg waren zijn bekendste Ferrari’s niet rood, ze waren groen.

Het mooiste voorbeeld staat tegenwoordig gewoon in Den Haag: een Ferrari 500 Superfast Speziale uit 1965. Eén van slechts 37 gebouwde Superfasts en Bernhards exemplaar is uniek. Toen ik daarna mijn eigen foto’s van een bezoek aan het Louwman Museum van afgelopen jaar terugkeek, moest ik lachen. Zonder dat ik op dat moment precies wist welke auto ik fotografeerde, had ik juist de groene Ferrari op de foto gezet waar ik nu over aan het schrijven was. Toeval? Waarschijnlijk wel. Maar misschien ook weer niet. Want de Ferrari 500 Superfast Speziale van prins Bernhard is zo’n auto waar je vanzelf even voor blijft staan en zeker de moeite waard om te bekijken in het Louwman museum.

Het verhaal begint al eerder, in de jaren vijftig, toen een Ferrari op Nederlandse wegen nog een zeldzaamheid was.

Ferrari-Prins-Bernhard

Geen ceremoniële passie

Er zijn genoeg verhalen over royals die in dure auto’s worden rondgereden. Bij prins Bernhard lag dat anders.

Hij had een uitgesproken interesse in auto’s, vliegtuigen en techniek. Hij vloog zelf, reed graag en had duidelijk belangstelling voor wat er onder de motorkap gebeurde.

Die fascinatie voor snelheid en techniek liep als een rode draad door zijn leven.

En nergens werd dat zo zichtbaar als bij Ferrari.

Was Bernhard de eerste Nederlander met een Ferrari?

Dat wordt nog weleens gedacht, maar waarschijnlijk was iemand hem net voor.

De eerste Ferrari die officieel in Nederland werd geleverd, was een Ferrari 212 Inter uit 1952 voor de Nederlandse industrieel en autocoureur Eddie Hertzberger.

Hertzberger was geen onbekende in de autosport. Voor de oorlog reed hij al wedstrijden en na de oorlog bleef hij actief met bijzondere sportwagens.

Prins Bernhard volgde kort daarna.

Ook hij kocht een Ferrari 212 Inter. Daarmee behoorde hij in ieder geval tot de allervroegste Nederlandse Ferrari-eigenaren.

Maar waar Hertzbergers Ferrari-verhaal relatief kort bleef, begon voor Bernhard juist een band die tientallen jaren zou duren.

Een bijzondere klant van Enzo Ferrari

Ferrari was in de jaren vijftig nog lang niet het wereldmerk dat we nu kennen.

Enzo Ferrari bouwde sport- en racewagens in relatief kleine aantallen. Veel klanten kende hij persoonlijk en auto’s werden regelmatig aangepast aan de wensen van een specifieke koper.

Prins Bernhard groeide uit tot een van die bijzondere klanten.

Het Louwman Museum omschrijft hem als een goede vriend van Enzo Ferrari en als een van Ferrari’s meest loyale klanten.

Dat betekende dat Bernhard niet simpelweg een Ferrari uit een prijslijst koos.

Hij kon zijn wensen rechtstreeks met Ferrari bespreken. Andere kleuren, details en technische aanpassingen waren mogelijk.

En dat leverde uiteindelijk een auto op die zelfs binnen Ferrari uitzonderlijk was.

Prins Bernhard en Ferrari

De 500 Superfast: Ferrari voor de allerrijksten

Halverwege de jaren zestig stond de Ferrari 500 Superfast bovenaan de Ferrari-ladder.

Het was geen pure raceauto en ook geen spartaanse sportwagen. Het was een extreem snelle, luxe Gran Turismo voor een kleine groep zeer vermogende klanten.

Ferrari bouwde er slechts 37.

Onder de lange motorkap lag normaal gesproken een 5,0-liter V12. De auto combineerde enorme prestaties met luxe en comfort en behoorde tot de duurste auto’s die Ferrari op dat moment verkocht.

Maar prins Bernhard wilde hem anders.

Een Superfast die eigenlijk geen 500 Superfast is

Bernhards auto werd gebouwd in 1965.

Aan de buitenkant leek hij op de andere 500 Superfasts. Maar onder de motorkap zat iets bijzonders.

Geen 5,0-liter V12.

Op verzoek van Bernhard werd zijn auto voorzien van een 4,0-liter twaalfcilindermotor.

Daarmee is de naam ‘500 Superfast’ bij zijn exemplaar eigenlijk een beetje misleidend. Het koetswerk en chassis hoorden bij Ferrari’s absolute topmodel, maar de motor week af van de standaarduitvoering.

En dat was niet het enige.

De auto kreeg ook speciale details die je op andere Superfasts niet aantreft, waaronder afwijkende achterlichten en bijzondere omlijstingen rond de zijruiten.

En natuurlijk was er de kleur groen.

Verde Pinto

Het Louwman Museum vermeldt dat groen de favoriete kleur van prins Bernhard was.

Zijn 500 Superfast Speziale werd uitgevoerd in Verde Pinto, een diepe groene tint die de auto een totaal andere uitstraling geeft dan de rode Ferrari’s waar het merk tegenwoordig vaak mee wordt geassocieerd.

ford model a

Meer dan een Ferrari

De Superfast was bepaald niet de enige Ferrari van de prins.

Door de jaren heen reden verschillende modellen door de koninklijke garages. Daaronder vroege Ferrari’s uit de jaren vijftig, verschillende GT-modellen en later auto’s uit de jaren zestig en zeventig.

Zelfs op latere leeftijd bleef Ferrari een rol spelen.

Een van de auto’s waarmee hij in zijn latere jaren werd geassocieerd, was de Ferrari 456 GT: een elegante twaalfcilinder Gran Turismo die opvallend goed aansloot bij het soort Ferrari waar Bernhard altijd een voorkeur voor leek te hebben.

Geen extreme racewagen voor op straat, maar een snelle en comfortabele GT waarmee je daadwerkelijk grote afstanden kon rijden.

Ferrari was meer dan een statussymbool

Dat maakt zijn autoverzameling interessanter dan simpelweg een rijtje dure auto’s.

Bernhard kocht Ferrari al toen het merk nog relatief klein was.

Lang voordat Ferrari-shirts, petjes en Formule 1-merchandise overal ter wereld werden verkocht, reed er in Nederland al een prins rond die rechtstreeks contact had met de man achter het merk.

Enzo Ferrari was toen nog zelf dagelijks betrokken bij zijn fabriek in Maranello en Bernhard kende hem persoonlijk.

Dat geeft die auto’s een heel andere historische betekenis.

Zandvoort en autosport

Bernhards interesse beperkte zich bovendien niet tot zijn eigen garage.

Hij bezocht races en was lange tijd betrokken bij de Nederlandse autosportwereld.

Toen in 1983 de Ferrari Club Nederland werd opgericht, werd Bernhard lid. Hij bleef aan de club verbonden tot zijn overlijden in 2004.

En opvallend genoeg loopt de verbinding met Zandvoort vandaag de dag nog steeds door de familie.

Zijn kleinzoon, prins Bernhard van Oranje, is mede-eigenaar van Circuit Zandvoort.

De liefde voor auto’s en autosport verdween dus niet helemaal met de vorige generatie.

Formule-1-Zandvoort-20

Niet alleen Ferrari

Wie denkt dat de garages van prins Bernhard uitsluitend met Ferrari’s gevuld waren, heeft het mis.

Door de jaren heen reed hij allerlei bijzondere auto’s van verschillende merken. Mercedes-Benz, Rolls-Royce en andere prestigieuze merken maakten eveneens deel uit van zijn autoleven.

Maar Ferrari neemt een bijzondere positie in.

Niet alleen vanwege de auto’s zelf. Vooral vanwege de persoonlijke band met Enzo Ferrari.

De prins die gewoon zijn eigen Ferrari liet bouwen

Tegenwoordig is het heel normaal dat Ferrari rijke klanten uitgebreide mogelijkheden biedt om een auto volledig naar hun eigen smaak samen te stellen.

Speciale lakken. Unieke interieurs. Afwijkende materialen. Ferrari heeft er complete personalisatieprogramma’s voor.

Maar in de jaren vijftig en zestig werkte dat anders.

Ferrari was kleiner. Enzo Ferrari stond zelf veel dichter bij zijn klanten. Voor een kleine groep bijzondere kopers kon vrijwel ieder detail besproken worden.

Prins Bernhard behoorde tot die groep.

En zijn groene 500 Superfast Speziale is daar misschien wel het mooiste tastbare bewijs van.

Meer verhalen als dit

Elke week duiken we in een bijzonder verhaal uit de autogeschiedenis. Over iconische merken, vergeten fabrieken, bijzondere mensen en auto’s waar vaak veel meer achter zit dan je op het eerste gezicht zou denken.

In onze serie Autoverhaal van de Week duiken we regelmatig in vergeten gebeurtenissen, legendarische auto’s, bijzondere races en verhalen uit de autogeschiedenis.

Ik ontvang het autoverhaal graag in mijn inbox

Mis geen Autoverhaal van de Week. Iedere week duiken we in een bijzonder verhaal uit de autogeschiedenis. Van vergeten autofabrieken en iconische klassiekers tot bijzondere races, uitvindingen en mensen achter de auto's.

Naam(Vereist)
Privacy(Vereist)

FAQ: Veelgestelde vragen over Prins Bernhard en Ferrari

Was prins Bernhard de eerste Nederlander met een Ferrari?
Waarschijnlijk niet. De eerste officieel in Nederland geleverde Ferrari was een Ferrari 212 Inter uit 1952 voor autocoureur en industrieel Eddie Hertzberger. Bernhard kocht kort daarna eveneens een Ferrari 212 Inter.

Hoeveel Ferrari’s heeft prins Bernhard gehad?
Een exact en volledig overzicht is lastig te geven. Wel is duidelijk dat hij gedurende tientallen jaren verschillende Ferrari’s bezat en tot de vroege en loyale klanten van het merk behoorde.

Wat is er bijzonder aan de Ferrari 500 Superfast van prins Bernhard?
Zijn exemplaar uit 1965 werd speciaal aangepast. In plaats van de gebruikelijke 5,0-liter V12 kreeg de auto een 4,0-liter twaalfcilinder. Ook zijn er unieke carrosseriedetails aangebracht.

Welke kleur heeft de Ferrari van prins Bernhard?
Zijn Ferrari 500 Superfast Speziale is groen uitgevoerd. Het Louwman Museum noemt de kleur Verde Pinto en vermeldt dat groen de favoriete kleur van de prins was.

Was prins Bernhard bevriend met Enzo Ferrari?
Ja. Het Louwman Museum omschrijft prins Bernhard als een goede vriend van Enzo Ferrari en als een van zijn meest loyale klanten.

Waar staat de Ferrari 500 Superfast van prins Bernhard?
De Ferrari 500 Superfast Speziale uit 1965 maakt deel uit van de collectie van het Louwman Museum in Den Haag.